In 1529 had Leeuwarden grote ambities. De stad wilde een toren neerzetten die de Martinitoren in Groningen zou overtreffen: Een gotisch monster van maar liefst 120 meter hoog. Bouwmeester Jacob van Aaken werd aangesteld om dit prestigeproject te realiseren. Het plan was simpel: groter, hoger en machtiger dan de buren. Echter ging dat niet zonder slag of stoot.
Tijdlijn van de toren
Nog voordat de toren tien meter hoog was, begon de constructie te zakken. De ondergrond bestond uit dikke lagen klei en dat was niet bepaald ideaal voor een stevige toren. Van Aaken probeerde het probleem op te lossen door aan de verzakkende kant meer stenen te metselen, om de toren als het ware “recht te trekken.” Hierdoor werd de Oldehove niet alleen scheef, maar ook nog eens krom.
In 1533 trok het stadsbestuur definitief de stekker eruit. De toren was nog geen derde van de geplande hoogte. Ook de beoogde spits was er nooit van gekomen, en de angst voor een totale instorting was reëel. Daarom besloot het stadsbestuur in 1599 de originele twee toegangspoorten dicht te metselen. Sindsdien is er één kleine ingang aan de oostzijde, waardoor een doorgang verdween die vergelijkbaar was aan de Dom.
Dood, botten en oorlog
De geschiedenis van de Oldehove is er een van bloed, botten en bruut geweld. Het plein rondom de toren, het Oldehoofsterkerkhof, was eeuwenlang de belangrijkste begraafplaats van Leeuwarden. Er werd begraven van de vroege middeleeuwen tot in 1833. De grond raakte zo vol, dat in 1613 naast de toren een apart knekelhuisje werd gebouwd. Waar op een gegeven moment de botten daar zelfs boven de muren torenden.
De Oldehove deed zelf ook dienst als opslag voor lijken. Bij strenge vorst, als de bevroren grond niet te begraven viel, werden de doden tijdelijk in de Oldehove gestapeld.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog namen de Duitsers de toren in gebruik als uitkijkpost voor geallieerde vliegtuigen. De drie klokken van de Oldehove werden destijds bijna gevorderd voor de wapenindustrie, maar monumentenbeschermers wisten dit te voorkomen door een grote M op de klokken te schilderen. Toen Leeuwarden eenmaal was bevrijd werden collaborateurs de toren ingesleurd om als straf urenlang de klokken te luiden.
Scheef, maar onverwoestbaar
De Sint-Vituskerk die ooit naast de toren stond, heeft de eeuwen niet overleefd. De Storm, beeldenstorm en Reformatie sloegen stuk voor stuk een hap uit het gebouw. Totdat er in 1706 niets meer van over was. Driehonderd jaar later groeven archeologen tijdens de aanleg van een parkeergarage de fundamenten opnieuw op. De contouren van de kerk zijn nu in de bestrating van het plein uitgezet met witte natuursteen. Zodat je tijdens het wandelen kunt zien waar de muren ooit liepen. Onder de grond is in de parkeerkelder een kleine expositie ingericht met de archeologische vondsten.
Into the Grave: metal op heilige grond
Deze zomer keert Into the Grave weer terug op het Oldehoofsterkerkhof. De Oldehove torent boven alles uit als bewaker van de doden en het festival. Er is geen betere plek om zware muziek te laten knallen dan op een plein dat doordrenkt is van eeuwen geschiedenis. Daarom zijn wij meer dan blij om terug te mogen keren op dit legendarische terrein.
De toren heeft oorlogen overleefd, botten opgeslagen en een bezetting getrotseerd. Maar overleeft hij jullie ook? Dit is jouw kans om deel te worden van een nieuw hoofdstuk binnen de geschiedenis van Oldehove. Pak die kans en haal kaartjes voor dit unieke festival:
https://tickets.intothegrave.nl/8563a3bd3d9f43cdbf105152da8942a6/festival-tickets/weekend-tickets