Door Max Schellekens | Loud Noise
Vijftien edities, honderden bands en een plein dat ooit letterlijk bewoog onder het gewicht van 7.500 springende metalfans. Into the Grave bestaat dit jaar vijftien jaar en dat vraagt om een terugblik. Wij spraken met oprichter Paul van Berlo over de hoogtepunten, uitdagingen en de kracht van Into the Grave.
Het begon met een simpel persbericht. Meer had Paul niet nodig. Toen hij in 2010 las dat Wâldrock zou stoppen vanwege stijgende kosten en oplopende fees, was zijn reactie meteen helder: „Laten we zelf een metalfestival organiseren in Leeuwarden.” Paul had weinig tijd nodig om zijn besluit te nemen, hij ging samen met Sjoerd Bootsma dan ook direct aan de slag. Inmiddels vijftien jaar later is Into the Grave uitgegroeid tot een van de meest geliefde metalfestivals van de Benelux.
Geen weiland maar begraafplaats
Bands als Slayer, Sabaton, Megadeth en Gojira betraden door de jaren het Oldehoofsterkerkhof in het centrum van Leeuwarden. Een voormalig kerkhof met grafzerken verwerkt in de grond, de scheve Oldehove als decor en de hele stad om je heen. Voor Paul was het altijd de enige optie. „Ik wilde het op het Oldehoofsterkerkhof doen, waar het nu nog steeds is. Op dat plein, een voormalig kerkhof midden in de stad. Dat vond ik de ideale plek om een metalfestival te organiseren.” Precies dat onderscheidt Into the Grave van vrijwel elk ander metalfestival ter wereld. Wacken ligt op een weiland. Graspop ook. Into the Grave niet. De naam vloeide er organisch uit voort.
6,66 euro en een droom
De eerste editie in 2011 was rechttoe rechtaan. Eén podium, één dag en één kaartje van 6,66 euro. Gebaseerd op wat Paul zelf ooit ervoer bij Dynamo Open Air in Eindhoven: simpel, direct en puur. Geen poespas, zo begon het. Al groeide het festival snel uit tot een meerdaags evenement met meerdere podia. De uitbreiding begon met CityRock op de vrijdag. Na een aantal jaar werd dit zusterfestival echter geschrapt om ruimte te maken voor een volwaardige extra dag van Into the Grave.
Die groei bracht ook fysieke uitdagingen mee. Het tweede podium moest op het Doeleplein een plek krijgen, wat puzzelen was in het stedelijke hart van Leeuwarden. En om meer ruimte voor het publiek te creëren werd het hoofdpodium verplaatst naar de lange zijde van het plein.
Als het plein begint te bewegen
Vraag Paul naar zijn hoogtepunten en hij hoeft niet lang na te denken. De twee uitverkochte edities komen meteen op: Sabaton in 2016 en Amon Amarth in 2018. Bij Sabaton begon het publiek massaal te springen. Dat had een onverwacht bijeffect: het plein bewoog mee. Niet zo gek, want onder het Oldehoofsterkerkhof zit een parkeergarage. Veel bezoekers dachten dat de grond het begaf.
“Men dacht dat de boel ging instorten.”
Stijgende kosten
De festivalmarkt is voller dan ooit en het aanbod is enorm. Paul zegt het zelf met een glimlach: “Je kunt wel stellen dat de huidige metalfan verwend is met het aanbod. Toen ik op mijn 16e naar Dynamo Open Air ging was dat het enige metalfestival van Europa. Nu zijn het er honderden. Dat maakt het lastiger om op te vallen en om de kosten gedekt te houden, want die stijgen elk jaar,” vertelt hij.
Toch overweegt de trots ruimschoots de zorgen. Into the Grave heeft een naam opgebouwd in de internationale metalindustrie, inmiddels willen grote bands er graag spelen. “De metalfamilie is gewoon heel gezellig,” zegt Paul. “We hebben nog nooit de politie erbij hoeven hebben. Bewoners en winkeliers eromheen zijn bijna allemaal blij en tevreden. Dat is waar ik trots op ben.”
Zorg dat je erbij bent
Into the Grave bestaat vijftien jaar en staat sterker dan ooit, en de locatie blijft uniek. Het programma combineert grote namen met nieuw en aankomend talent. De sfeer is van een kaliber dat je nergens anders vindt. Of je nu een vaste bezoeker bent of er voor het eerst naartoe gaat: Into the Grave is het soort festival dat bijblijft.
Leeuwarden roept. Zorg dat je er dit jaar bij bent, haal je kaartjes via deze site.
Foto door Janne van de Vegt
